Een analyse van het GTRI laat zien hoe de waarde van een iPhone van $1.000 over landen en leveranciers wordt verdeeld. Een onevenredig groot deel gaat daarbij naar Taiwan, en niet naar het land waar het toestel wordt geassembleerd.
GTRI: verdeling van de waarde van een iPhone van $1.000
Volgens GTRI is de waarde van een iPhone van $1.000 afkomstig van bedrijven en leveranciers in ten minste 12 landen. De analyse kent dollarbedragen toe aan de belangrijkste rollen die landen spelen bij de onderdelen, het ontwerp en de software van het toestel.
- Apple: $450 - ontwerp, software en merkwaarde
- Taiwan: $150 - chipproductie
- Zuid-Korea: $90 - OLED-schermen en RAM
- Japan: $85 - cameracomponenten
- Amerikaanse bedrijven: $80 - halfgeleidercomponenten, waaronder Qualcomm en Broadcom
- Duitsland, Vietnam en Maleisië: $45 - diverse componenten
- China en India: ongeveer $30 - eindassemblage

GTRI schat dat Apple ongeveer $450 van de waarde van een iPhone van $1.000 ontvangt.
Assemblage, personeel en duiding van de cijfers
Volgens het rapport ontvangen China en India, waar het grootste deel van de eindassemblage plaatsvindt, samen ongeveer $30 per toestel. Dat is minder dan 3 procent van de waarde van een iPhone van $1.000. GTRI schat daarnaast dat ongeveer 300.000 mensen in China en 60.000 mensen in India aan iPhone-assemblagelijnen werken.
GTRI presenteert deze cijfers als geschatte aandelen in de waardeketen van de iPhone, niet als directe maatstaf voor bedrijfsinkomsten of nettowinst. De organisatie benadrukt dat de toeleveringsketen veel verder reikt dan het land waar een telefoon wordt geassembleerd. Een groot deel van de waarde zit in geavanceerde componenten, chipproductie, ontwerp en software.
.webp)


Laat een reactie achter
Reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste.